First-Line Juristen

Gooien van warme koffie in het gezicht van een collega een reden voor ontslag op staande voet?

De kantonrechter te Haarlem heeft zich op 1 augustus 2013 uitgelaten over de vraag of een werknemer op staande voet ontslagen mocht worden, omdat een werknemer warme koffie in het gezicht van een collega heeft gegooid. De kantonrechter oordeelt dat gelet op alle omstandigheden van het geval er geen sprake is van een geldige dringende reden voor ontslag.

Feiten
Werknemer is ruim 22 jaar in dienst bij werkgever als bezorger/installateur. Op 23 november 2012 staat werknemer in de hal van het bedrijf van werkgever, waarbij de buitendeur die toegang geeft tot de hal openstaat. Een rokende collega die met zijn voet voor de sensor van de toegangsdeur staat, zorgt ervoor dat de deur open blijft staan, waardoor er sigarettenrook in de hal terechtkomt. Werknemer heeft hier last van en verzoekt de collega om zijn voet van de sensor weg te halen. Hierop geeft de collega geen reactie, waarna de werknemer vervolgens een kop koffie in het gezicht van de collega gooit. Bij brief van 30 november 2012 heeft werkgever bij werknemer aangegeven dat het dienstverband wegens dringende redenen per direct zal worden beëindigd. Als reden wordt aangevoerd dat werknemer zich op 23 november 2012 agressief heeft opgesteld tegen een collega en dat zijn gedrag (het gooien van een kop warme koffie) volstrekt onacceptabel is. Daarnaast wordt door de werkgever aangevoerd dat werknemer regelmatig is gewezen op zijn houding en dat hij ook regelmatig is gewaarschuwd. Dit heeft geleid tot een schriftelijke waarschuwing op 16 februari 2010, waarbij is aangegeven dat bij herhaling van dergelijke gedrag dit direct zal leiden tot beëindiging van het dienstverband.

Vordering
Werknemer vordert dat de kantonrechter het door de werkgever gegeven ontslag op staande voet nietig zal verklaren. Tevens vordert werknemer dat werkgever veroordeeld zal worden om aan werknemer het loon te betalen vanaf 30 november 2012 tot aan de datum dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal worden ontbonden. Hierbij wordt verzocht om de wettelijke verhoging in verband met een niet tijdige betaling van het loon (ex artikel 7:625 BW) van 50 % over de loonsom of zoveel de rechtbank redelijk en billijk acht toe te wijzen. Werknemer voert de volgende feiten aan voor zijn verweer. De collega zou werknemer eerst hebben aangevallen en weggeduwd. Vervolgens heeft werknemer een kopje lauwe koffie (dus geen warme koffie) richting de collega gegooid, waarbij niet is uitgesloten dat de lauwe koffie op het lichaam van de werknemer zou zijn gekomen. De collega is niet ontslagen en er is zelfs geen sanctie tegen hem ondernomen. Werknemer heeft daarnaast in zijn gehele dienstverband van 22 jaar maar één waarschuwing gehad.

Verweer werkgever
Werkgever betwist de vordering van werknemer en voert aan dat werknemer de collega zou hebben aangevallen, de reactie van de collega was uitsluitend verdedigend. Werkgever acht het gooien van koffie in iemands gezicht volstrekt onacceptabel. Daarnaast heeft werknemer eerder agressief gedrag vertoond tegenover zijn collega’s. Ten aanzien van de verhoging van het loon met 50 % stelt werkgever dat werknemer geen enkele moeite heeft gedaan om een voorlopige voorziening te vragen om weer tot werk te worden toegelaten en dat hij niet de indruk wekt dat werknemer weer voor werkgever zou willen werken.

Beoordeling kantonrechter
Er bestaat tussen werkgever en werknemer geen discussie dat de beker koffie in het gezicht van de collega is gegooid. De schriftelijke waarschuwing uit 2010 is naar het oordeel van de kantonrechter te lang geleden gegeven om nog gewicht aan toe te kennen in verband met het ontslag op staande voet. Dit zou anders zijn, indien in de tussenperiode nog waarschuwingen zijn gegeven aan de werknemer, echter uit het personeelsdossier valt niet op te maken dat deze waarschuwingen in de periode tussen 2010 en 2012 nog zijn gegeven. Bovendien stelt de kantonrechter dat werkgever de werknemer had moeten begeleiden om zijn gedrag aan te passen. Werknemer is immers al 22 jaar in dienst en niet is gebleken dat hij voor 2010 niet zou hebben gefunctioneerd. Het geven van waarschuwingen zonder het geven van begeleiding is in dit geval dan ook niet voldoende. Daarnaast dient de werkgever een strikt rookbeleid te volgen en te handhaven. In dit kader valt niet in te zien waarom een aantal werknemers buiten voor de toegangsdeur van de hal staan te roken, terwijl voor het rokend personeel een aparte ruimte beschikbaar is. Werkgever dient ervoor te zorgen dat rokende personeelsleden zich aan de regels houden. Ten slotte zijn de gevolgen van het ontslag op staande voet voor werknemer, gelet op zijn lange dienstverband en zijn eenzijdige werkervaring in verhouding tot het belang van de werkgever, te ernstig om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Werkgever had onder de gegeven omstandigheden voor een minder zware maatregel moeten kiezen. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de loonvordering wordt toegewezen, echter de omstandigheden van de zaak geven wel aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging in verband met de verwijten die aan de werknemer kunnen worden gemaakt af te wijzen.



Terug naar nieuwsoverzicht