First-Line Juristen

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd wegens het versturen van onrespectvolle e-mails over een collega?

De kantonrechter te Arnhem heeft zich op 10 oktober 2013 uitgelaten over het verzoek van een werkgever om de arbeidsovereenkomst van een werknemer te ontbinden. Dit wegens het feit dat een van zijn werknemers tijdens werktijd privé e-mail berichten aan werknemer X heeft gezonden, waarin hij zich minachtend en met schunnig taalgebruik uitlaat over een collega. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst met een vergoeding van EUR 52.500,--.

Feiten
Werknemer is sinds 1 januari 2007 in dienst bij werkgever als hoofd verkoop binnendienst en is tevens lid van het management team. Op donderdag 18 april 2013 is werknemer vrijgesteld van zijn werkzaamheden (schriftelijk bevestigd per brief 19 april 2013). De reden hiervoor is dat in de e-mailbox van mevrouw X (die op dat moment ziek was) een zeer groot aantal e-mailberichten van werknemer aan mevrouw X zijn aangetroffen. Deze e-mailberichten waren flirterig van karakter en in sommige e-mails liet werknemer zich zeer negatief uit over een collega. Daarnaast heeft werkgever van directe collega’s ernstige negatieve signalen ontvangen over het functioneren van werknemer.

Op maandag 22 april 2013 is aan werknemer medegedeeld dat werkgever het onderzoek naar de e-mails verder niet zal afwachten en dat werkgever afscheid van werknemer wil nemen.

Verzoek werkgever
Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen. Hiertoe wordt aangevoerd dat uit het onderzoek van de e-mailbox van mevrouw X is gebleken dat werknemer tijdens werktijd veelvuldig en gedurende lange tijd e-mail berichten met een privé karakter aan mevrouw X heeft gestuurd. Werknemer heeft zich in deze berichten minachtend en schunnig uitgelaten over een collega, terwijl hij als lid van het managementteam een voorbeeldfunctie heeft. Werknemer heeft met zijn handelen elke vorm van integriteit geschonden. Temeer nu werknemer is gewezen op het internet en e-mailreglement. Derhalve kan van werkgever niet verlangd worden dat de arbeidsovereenkomst met werknemer voortgezet wordt. Werkgever stelt dat het vertrouwen in werknemer verloren is gegaan en dat een zinvolle voortzetting van de arbeidsovereenkomst volstrekt onmogelijk is geworden.

Verweer werknemer
Werknemer voert aan dat het overleggen van de e-mails door werkgever in strijd is met zijn recht op een persoonlijke levenssfeer. Na ontdekking van de e-mails heeft werkgever werknemer niet gewaarschuwd, maar is hij direct op non actief gesteld. Doordat werkgever vooraf geen waarschuwing aan werknemer heeft gegeven handelt werkgever in strijd met art. 8 EVRM en art. 13 van de Grondwet.

Beoordeling kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat op grond van rechtspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) moet worden aangenomen dat e-mailberichten onder de bescherming van artikel 8 van Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) vallen, zelfs als deze berichten zijn verstuurd vanaf de werkplek. Werkgever is echter geen overheidsorgaan, derhalve kan niet rechtstreeks een beroep worden gedaan op het EVRM.

In dit gevalt geldt artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap), waarbij werkgever in strijd kan handelen met de privacywaarborgen van werknemer. Echter, de werkgever mag op grond van jurisprudentie van het EHRM, de e-mailberichten van werknemer controleren, indien voor werknemer duidelijk was of duidelijk had kunnen zijn dat zijn e-mailberichten gecontroleerd kunnen worden door werkgever. Daarnaast moet werkgever een gerechtvaardigd doel hebben en moet er voldaan zijn aan de proportionaliteitseis.

Het is voldoende aannemelijk dat werkgever heeft gezien dat tussen werknemer en werknemer X een groot aantal e-mailberichten zaten die beantwoord moesten worden. Uit het internet en e-mail reglement van werkgever, dat werknemer bekend was, valt op te maken dat het e-mail verkeer wordt bewaard en dat een bevoegde beheerder het wachtwoord kan resetten. Tevens is de werkgever in het reglement het recht voorbehouden om de e-mailberichten na te kijken voor zover dat nodig is om te garanderen dat de elektronische communicatiemiddelen gebruikt worden in overeenstemming met de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel gezien het grote aantal e-mailberichten en het ontbreken van een onderwerp dat werkgever redelijkerwijs mocht overgaan tot het inzien van de inhoud ervan. Daarnaast wordt geoordeeld dat de inbreuk op de privacy van de werknemer onder de gegeven omstandigheden als gerechtvaardigd en proportioneel wordt aangemerkt. Derhalve is geen sprake van misbruik door de werkgever van de controlemogelijkheden.

Verder staat voldoende vast, hetgeen werknemer ook erkent, dat een deel van de e-mailberichten het vertrouwen van de werkgever jegens de werknemer ernstig heeft geschonden. Tussen partijen is hierover gesproken op donderdag 18 april 2013, maar de kantonrechter acht het aannemelijk dat in dit gesprek niet daadwerkelijk is gesproken over de inhoud van de e-mailberichten. Mede vanwege het feit dat werknemer in het gesprek ‘eikel’ is genoemd. Dit is voor de kantonrechter een belangrijke aanwijzing dat ook bij werkgever geen bereidheid was om een inhoudelijke reactie van werknemer te vernemen ten aanzien van de verstuurde e-mails. Vervolgens heeft werkgever aangegeven dat er een vervolggesprek zou komen, echter ter zitting is gebleken dat dit gesprek nooit heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft werkgever aan werknemer op maandag 22 april 2013 de mededeling gedaan dat partijen van elkaar afscheid zouden nemen. De kantonrechter is van oordeel dat in de lijn van art. 7:611 BW, van werkgever verwacht mocht worden dat zij eerst op een rustige wijze met werknemer het gesprek zou aangaan over de e-mailberichten en dat ook verwacht mocht worden dat het dienstverband voortgezet zou worden. Hierbij neemt de kantonrechter in de overweging mee dat werknemer altijd goed heeft gefunctioneerd, er nooit klachten waren over werknemer en dat de desbetreffende e-mails niet terecht zijn gekomen bij andere collega’s.

Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat er echter geen basis meer is voor een vruchtbare samenwerking tussen partijen. De oorzaak van deze vertrouwensbreuk ligt bij werknemer, maar de reactie van werkgever is de daadwerkelijke reden voor de vertrouwensbreuk. Die breuk komt daarom vrijwel geheel voor rekening en risico van werkgever. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, waarbij een vergoeding aan werknemer wordt toegekend van € 52.500,--, waarbij de kantonrechter gelet op de verantwoordelijkheid van de werkgever een iets hogere vergoeding toekent dan de ‘neutrale’ correctiefactor van 1.

Bron: rechtennieuws.nl



Terug naar nieuwsoverzicht