First-Line Juristen

Dividenduitkering in zicht van faillissement: onbehoorlijk bestuur?

Kort voordat zijn BV failliet gaat, verkoopt een DGA de aandelen van zijn BV aan een BV van een familielid. In het kader van de overname keert de DGA bovendien dividend uit en gaat zijn BV nog diverse leningen aan met familieleden. De curator van de failliete BV stelt dat de DGA zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijk bestuur. Het hof is er echter niet van overtuigd dat geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zou hebben gehandeld als de DGA. Er kan dan geen sprake zijn van onbehoorlijk bestuur. Ook is het niet aannemelijk dat de dividenduitkering een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Het hof voert de volgende argumenten aan waarom niet kan worden gesteld dat het handelen van de DGA (en zijn familieleden) heeft geleid tot het faillissement van zijn BV:

de liquiditeiten van de BV zijn niet aangewend voor het dividend (uitkering uit vrije reserves);
er is onvoldoende gebleken dat de dividenduitkering de vermogenspositie van de BV heeft aangetast of haar financiƫle basis heeft verzwakt;
het aangaan van de leningen met de familieleden heeft wel tot een toename van de betalingsverplichtingen geleid, maar dat wil nog niet zeggen dat daarmee de BV in betalingsmoeilijkheden is gebracht.



Terug naar nieuwsoverzicht