First-Line Juristen

Verhuurder mag huuropzegging winkel intrekken

Een verhuurder van winkelruimte zegt de huur op wegens een voorgenomen renovatie. De huurder stemt daar niet mee in en wil onder meer een afkoopvergoeding. De onderhandelingen hierover lopen vast. De verhuurder trekt daarop de opzegging in en verlengt de huur met 5 jaar. De rollen draaien dan om. De huurder probeert nu de verhuurder aan de opzegging te houden. De opzegging van 290-bedrijfsruimtes leidt echter niet automatisch tot huurbeëindiging. Stemt de huurder niet in met de opzegging, dan moet de verhuurder huurbeëindiging vorderen bij de rechter. Dat heeft de verhuurder nagelaten, omdat zij de huur wil voortzetten. De verhuurder mag dan de huuropzegging intrekken, aldus Hof Amsterdam.

Commentaar
De huurder in deze zaak wilde kennelijk zelf ook vertrekken, maar had zijn eigen opzegtermijn laten verlopen. Door de verhuurder te houden aan de opzegging, dacht hij toch nog te kunnen opzeggen. Maar daar steekt de rechter een stokje voor. Hij wijst de vordering van de verhuurder toe om de huurder te verbieden het gehuurde te ontruimen. Omdat de huurder niet zelf heeft opgezegd, is hij weer voor een periode van 5 jaar gebonden aan de huurovereenkomst.

Deze uitspraak biedt de verhuurder meer onderhandelingsruimte in de situatie waarin een huurder niet instemt met een huuropzegging maar eigenlijk wel weg wil en zelf te laat heeft opgezegd.

Let op

De intrekking van een huuropzegging geldt alleen voor 290-bedrijfsruimtes (winkel- en horecaruimte). Daarbij leidt een opzegging niet automatisch tot beëindiging van de huurovereenkomst. Weigert een huurder mee te werken aan de huuropzegging, dan kan de verhuurder huurbeëindiging vorderen bij de rechter. Die vordering kan hij intrekken als daarvoor het prijskaartje (vergoeding inrichtings- en verhuiskosten huurder) te hoog is (artikel 7:297, lid 3 BW). De rechter biedt in dezelfde situatie deze intrekkingsmogelijkheid nu ook bij huuropzegging.

230a-bedrijfsruimtes

Intrekking van de huuropzegging kan niet bij de verhuur van 230a-bedrijfsruimtes (overige bedrijfsruimtes, zoals kantoorruimtes en magazijnen). De huuropzegging leidt hier wel tot huurbeëindiging. De huurder heeft dan alleen recht op ontruimingsbescherming. De huurder dient daarvoor binnen twee maanden na de opzegging een verzoek in bij de rechter om gedwongen ontruiming op korte termijn te voorkomen. Ontruiming hoeft dan pas plaats te vinden na een beslissing van de rechter over de opzegging.

Ook bij de verhuur van woonruimte heeft de verhuurder de mogelijkheid om de huuropzegging in te trekken.



Terug naar nieuwsoverzicht