First-Line Juristen

Gewijzigde arbowet: versterkte rol bedrijfsarts en meer rechten voor werknemers

Waarschijnlijk per 1 juli 2017 treden de wijzigingen in werking van de arbowet die de Eerste Kamer op 24 januari jl. heeft aangenomen. Deze wijzigingen versterken en verduidelijken de rol van de bedrijfsarts en de preventiemedewerker. Zo krijgen de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging instemmingsrecht over de benoeming van de preventiemedewerker. Werknemers krijgen op hun beurt meer rechten om de bedrijfsarts te bezoeken en om hun situatie te laten herbeoordelen door een andere bedrijfsarts (second opinion). Binnen 1 jaar na inwerkingtreding van de wet moeten de (basis)contracten met arbodiensten zijn aangepast.

In onderstaande lijst ziet u een aantal gevolgen van de arbowet, die naar verwachting per 1 juli 2016 in werking treedt. Voor 1 juli 2018 moeten deze zaken in de (basis)contracten met arbodiensten worden vastgelegd.

Een werknemer heeft het recht om zelf een consult bij de bedrijfsarts aan te vragen. Tijdens ziekte, maar ook als er nog geen sprake is van verzuim. De werkgever moet dit kenbaar maken aan de werknemer en er mogen geen onnodige drempels worden opgeworpen qua tijd en plaats. De bedrijfsarts informeert de werkgever niet over het consult, de aanleiding of de uitkomsten daarvan op een tot de werknemer herleidbaar niveau.
De werknemer krijgt recht op een second opinion door een andere bedrijfsarts (dat is niet hetzelfde als een second opinion of deskundigenoordeel door het UWV!).
De werkgever wordt verplicht om de bedrijfsarts werkplekken te laten bezoeken en zelfstandig te laten spreken ‒ ook buiten waarneming of medeweten van de werkgever om ‒ met belanghebbende werknemers, de preventiemedewerk(st)er, ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.
De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging heeft instemmingsrecht wat betreft de keuze van de preventiemedewerk(st)er. De werkgever en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging moeten met een gedeeld standpunt komen over de rol en taken van de preventiemedewerk(st)er binnen het bedrijf en hoe deze worden uitgevoerd. Ook wordt vastgelegd dat de preventiemedewerk(st)er adviseert aan ‒ en nauw samenwerkt met ‒ de bedrijfsarts en de arbodienst. Minimaal eens per jaar moeten de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging en de werkgever de stand van zaken op het gebied van gezond en veilig werken door het bedrijf bespreken en vastleggen. De preventiemedewerk(st)er moet in elk geval worden ingeschakeld bij de risico-inventarisatie en arbeidsbeschermende maatregelen.
De bedrijfsarts moet een klachtenprocedure hebben en adviseren over preventieve maatregelen wat betreft arbobeleid. Hij moet beroepsziekten melden en de werkgever adviseren met inachtneming van zijn geheimhoudingsplicht. De wijze waarop de bedrijfsarts en arbodienst hun taken uitvoeren, moet worden vastgelegd.
Bij de vastlegging van gegevens moet rekening worden gehouden met de beleidsregels van de Autoriteit Persoonsgegevens (op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens). Vastlegging gebeurt in een contract met de arbodienst, een verzuimregistratie- of verzuimreglement van de werkgever of de door hem ingehuurde dienstverlener (dit kan ook uw kantoor zijn!). Ook moet de werkgever weten wat hij de werknemer mag vragen over zijn gezondheid, bij verzuim of bij de toepassing van premiekortingen of loonkostenvoordelen.
Let op
Werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de ZW of de WGA, moeten ervoor zorgen dat de contractuele afspraken met arbodiensten ook toezien op de verzuimbegeleiding van zieke ex-werknemers. De kosten van de genoemde wijzigingen komen voor rekening van werkgevers en mogen niet worden verhaald op werknemers.



Terug naar nieuwsoverzicht