First-Line Juristen

Het Regeerakkoord 2017-2021: wat gaat er veranderen in de sociale zekerheid?

De komende regering heeft op 10 oktober 2017 het Regeerakkoord gepubliceerd met de plannen voor de regeerperiode 2017-2021. Hierna leest u een opsomming van de plannen per het door ons gekozen onderwerp. Het is raadzaam om te beseffen dat het hier gaat om ‘plannen’ en niet om definitieve wetten of regels. De ingangsdata van de diverse veranderingen zullen daardoor in de meeste gevallen na het jaar 2018 liggen. Dat neemt echter niet weg dat er een aantal opmerkelijke veranderingen in de sociale zekerheid zal plaatsvinden.

De belangrijkste plannen voor veranderingen in de sociale zekerheid uit het Regeerakkoord zijn:

Arbeidsongeschiktheid

De loondoorbetaling bij ziekte van werknemers gaat voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) van 2 naar 1 jaar.

Oproepkrachten hebben onder bepaalde voorwaarden geen verschijningsplicht, en bij afzegging van een oproep hebben zij toch recht op loon. Dit plan kan gevolgen hebben voor het recht op uitkeringen ZW.
Het systeem van de beoordeling van (theoretisch) geschikte functies in de WIA wijzigt, waardoor arbeidsongeschikte werknemers minder snel volledig arbeidsongeschikt worden geacht.
Het systeem van korting van inkomsten op de WIA-uitkering zal gedurende 5 jaren niet leiden tot definitieve herziening van de mate van arbeidsongeschiktheid. Hierdoor zal de WIA-uitkering na hernieuwde uitval wegens ziekte niet direct definitief worden verlaagd of ingetrokken.
De groep uitkeringsgerechtigden die 80-100% arbeidsongeschikt zijn, zal voor de loonaanvullingsuitkering moeten gaan voldoen aan de inkomenseis (ten minste 50% van de restcapaciteit met arbeid verdienen).
Werknemers die onder de doelgroep banenafspraak vallen en meer gaan verdienen dan het wettelijk minimumloon blijven toch meetellen voor de doelgroep banenafspraak en de Quotumwet.


Loonkostensubsidie/Lage-inkomensvoordeel (LIV)

De loonkostensubsidie uit de Participatiewet wordt vervangen door loondispensatie. Dit is het recht voor een werkgever om na toestemming van het UWV minder loon te betalen indien een werknemer met een beperking een minder productieve arbeidsprestatie kan leveren dan een gezonde werknemer.
Indien door loondispensatie minder loon wordt betaald dan het wettelijk minimumloon, bestaat er voor die werknemer geen recht op LIV.
Re-integratie/loonsancties

De beperking van de loondoorbetaling voor kleine werkgevers heeft ook positieve gevolgen voor de plichten van werkgevers tot re-integratie van zieke werknemers en de bevoegdheid van het UWV om loonsancties op te leggen (loon doorbetalen in derde ziektejaar).
Eigenrisicodragers voor de WGA krijgen geen plicht meer tot externe re-integratie (Spoor 2) en het UWV kan geen loonsancties meer opleggen aan eigenrisicodragers voor de WGA.
Als publiek verzekerde werkgevers de re-integratieadviezen van bedrijfsartsen opvolgen, zal er geen loonsanctie worden opgelegd.


Premie Werkhervattingkas (publiek)/Eigenrisicodrager WGA (privaat)

Het werkgeversrisico voor WGA-uitkeringen aan (ex-)werknemers wordt verkort van 10 naar 5 jaren.
Het systeem van de beoordeling van (theoretisch) geschikte functies in de WIA wijzigt, waardoor arbeidsongeschikte werknemers minder snel volledig arbeidsongeschikt worden geacht. Daardoor zullen minder IVA-uitkeringen (geen toerekening aan werkgevers) en meer WGA-uitkeringen (wel toerekening aan werkgevers) worden toegekend.
Werkloosheid

Oproepkrachten hebben onder bepaalde voorwaarden geen verschijningsplicht en bij afzegging van een oproep toch recht op loon. Dit plan kan gevolgen hebben voor het recht op uitkeringen WW.
Europese arbeidsmigranten moeten 26 weken hebben gewerkt voordat zij recht op een WW-uitkering krijgen.
Werkgevers die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbieden, gaan een lagere premie WW betalen dan de werkgevers die tijdelijke arbeidsovereenkomsten aanbieden. De huidige sectorregeling met arbeidsovereenkomsten van korter of langer dan 1 jaar vervalt.
De Wet Inkomensvoorziening oudere werknemers (IOW) wordt verlengd met 4 jaren. Dit betekent dat uitkeringsgerechtigden van 60 jaar of ouder na afloop van de maximale WW-uitkering niet worden geconfronteerd met een vermogens- en partnertoets bij de uitkering op minimumniveau. De leeftijdsgrens zal vanaf 2020 wel meestijgen met de ontwikkeling van de AOW-leeftijd.
Zorg

Het eigen risico voor de ziektekostenverzekering blijft gedurende vier jaar op € 385 per jaar. Stapeling van eigen bijdragen tussen de Wet langdurige zorg (Wlz) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zal worden voorkomen. De beperking van het eigen risico zal leiden tot een hogere premie ziektekostenverzekeringen.
Er zal € 460 miljoen worden bezuinigd op de kosten van geneesmiddelen. De bijbetalingen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem worden in 2019 gemaximeerd op € 250 per jaar per verzekerde.
Het persoonsgebonden budget blijft in alle wetten verankerd.
De vermogensbijtelling voor eigen bijdragen in de Wlz wordt gehalveerd naar 4% en nieuwe cliënten die naar een instelling verhuizen gaan na 4 in plaats van 6 maanden de hoge bijdragen betalen. Het marginale tarief van de lage eigen bijdragen wordt verlaagd.



Terug naar nieuwsoverzicht